01
Het Witte Schooltje
Het was een roerige tijd, de jaren zestig van de 20e eeuw. Overal kwamen jonge mensen in opstand tegen de gevestigde orde. Het waren de jaren van Flowerpower, de Beatles, de Maagdenhuisbezetting en studentenrellen. En de politie stond erbij en keek ernaar. Daarvoor was het vanzelfsprekend dat een politie-uniform ontzag inboezemde. Als een hoofdagent tegen je zei “Ga weg!”, dan ging je weg. Maar ineens werd daar niet meer naar geluisterd. En de politieman stond met zijn mond vol tanden. Wat te doen? Drie politiechefs van Gelderland gingen in 1968 in vergadering. Eén van hen was Hans Osseweijer, die sinds twee jaar korpschef van Epe was. De conclusie was duidelijk: het bestaande politieonderwijs schiet tekort.
Hans Osseweijer: “De opleidingsscholen hadden hun handen vol aan de basisopleiding. Dat paste in het oude patroon. Maar wat wij beoogden, een doorgaande vormingsopleiding na de basisopleiding, dat bestond niet. Dus daar zijn we zelf maar mee begonnen.” Het rapport De politie in een veranderende samenleving lag aan de basis van de eerste cursus, die in het najaar van 1968 van start ging in De Waaijenberg in Epe. “De eerste cursus duurde een week,” vertelt Osseweijer. “De onderwerpen waren sociologische veranderingen, hoe denkt de politie over de bevolking en vice versa, wat is de rol van de krant en beroepsethiek. Het waren vooral hoogleraren en hoge functionarissen van het ministerie die voor de groep stonden. Iets heel anders dan ze gewend waren, maar ze deden het met veel liefde en plezier.”
Aanvankelijk draaide de cursus alleen voor hoofdagenten uit Gelderland, maar al gauw toonden ook de korpsen van Overijssel en Groningen belangstelling. Wat eerst de ‘Vormingscursus Gelderland’ heette werd de ‘Vormingscursus Oost-Nederland’ en later de ‘Politie Vormingscursus’. Een landelijk bereik was een feit. Officieus had de club een andere naam. Het werd het Witte Schooltje van Osseweijer genoemd, net als je in die tijd de witte pomp had, een mengelmoes van verschillende ingrediënten. Na het succes van de eerste vormingscursus volgden diverse thema-cursussen, kortdurend maar intensief, en altijd in het kader van de actualiteit van dat moment. De doelgroep van hoofdagenten werd uitgebreid naar brigadiers, rayon- en wijkagenten.
Hoewel de meeste medewerkers van het korps Epe enthousiast waren over het succes van het Witte Schooltje, begon er in de loop van de jaren langzaam maar zeker wat gemopper door te klinken. “Ze zijn er nooit” werd een steeds meer gehoorde klacht als het ging over Osseweijer, Joop Egeter en andere korpsleden die veel tijd stopten in het cursuswerk. Het werd duidelijk dat het succes de spankracht van het kleine politiekorps te boven ging. En daar kwam nog wat bij. Burgemeester H.J. Beuke van Epe zei: “Alles loopt via het korps, het korps is onderdeel van de gemeente. Stel dat het ooit verkeerd gaat. Dan is de gemeente aansprakelijk. Daar bedank ik voor.” Een oplossing was snel gevonden: we maken er een stichting van. Met een eigen bestuur, eigen personeel en een eigen locatie.