Korte samenvatting
Een overzicht van veelgebruikte begrippen binnen het werk van een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). De uitleg is algemeen en kan per wet- en regelgeving of functie verschillen.
Uitleg
Je komt als boa (of aspirant-boa) regelmatig termen tegen die niet altijd meteen duidelijk zijn. Daarom staan hieronder de belangrijkste begrippen met een korte uitleg.
A
ABC-gedragsmodel: hulpmiddel om gedrag van mensen te observeren, analyseren en erop professioneel te reageren. Het helpt spanningen te herkennen en ondersteunt boa’s bij het de-escaleren van situaties.
Aanhouden: een verdachte rechtens van zijn vrijheid beroven om hem voor te geleiden aan politie of justitie. Bij ontdekking op heterdaad mag iedereen een verdachte aanhouden en moet die persoon direct aan de politie worden overgedragen.
Akte van opsporingsbevoegdheid: akte op basis waarvan een boa zijn of haar bevoegdheden uitoefent. De akte wordt verleend door de Minister van Justitie en Veiligheid en geeft aan binnen welk werkgebied en onder welke voorwaarden iemand als boa bevoegd is.
B
Basisbekwaamheid: kennis en vaardigheid die je nodig hebt om als boa te kunnen starten. Je krijgt dit door het succesvol afronden van de BOA Basisopleiding en het landelijke examen.
Beëdiging: na het behalen van het boa-getuigschrift kun je worden beëdigd als buitengewoon opsporingsambtenaar. Met de beëdiging leg je een ambtseed of ambtsbelofte af en mag je de werkzaamheden uitvoeren.
Bevoegdheden: wettelijk vastgelegde bevoegdheden. De strafvorderlijke basisbevoegdheden kunnen gelijk zijn aan die van de politie; domein, werkzaamheden, werkgebied en werkgever bepalen waarvoor een boa deze gebruikt.
Boa: buitengewoon opsporingsambtenaar. Een boa is een ambtenaar met een wettelijke opsporingsbevoegdheid binnen een specifiek werkgebied. Boa’s houden toezicht, sporen strafbare feiten op en handhaven wet- en regelgeving.
Boa-insigne: een herkenningsteken voor boa’s met publiekscontact. Sommige geüniformeerde boa’s, bijvoorbeeld bij politie of Douane, voeren vanwege hun eigen uniformering geen algemeen boa-insigne.
C
Combi-bon: formulier voor de administratieve afhandeling van bepaalde overtredingen. In de basisopleiding leer je hoe je dit zorgvuldig en volgens de geldende voorschriften invult.
D
De-escaleren: het voorkomen of verminderen van spanningen tijdens een gesprek of handhavingssituatie. Goede communicatie en professioneel optreden zijn belangrijke vaardigheden.
Domeinen: Nederland kent zes boa-domeinen. Elk domein heeft een eigen werkgebied, bevoegdheden en soms aanvullende opleidingseisen.
Domein I – Openbare ruimte
Domein II – Milieu, welzijn en infrastructuur
Domein III – Onderwijs
Domein IV – Openbaar vervoer
Domein V – Werk, inkomen en zorg
Domein VI – Generieke opsporing
E
ExTH: Exameninstelling Toezicht en Handhaving. Deze onafhankelijke exameninstelling verzorgt het landelijke theorie- en praktijkexamen voor de BOA Basisopleiding.
G
Geweldsbevoegdheid: sommige boa’s beschikken hierover. Dat betekent dat zij onder strikte wettelijke voorwaarden geweld mogen toepassen. Hiervoor gelden aanvullende opleidingseisen en periodieke toetsen.
Getuigschrift Buitengewoon Opsporingsambtenaar: na het succesvol afronden van het landelijke theorie- en praktijkexamen ontvang je dit getuigschrift. Het vormt de basis voor de beëdiging als boa.
H
Handhaving: het geheel van activiteiten waarmee wordt toegezien op de naleving van wet- en regelgeving. Boa’s spelen hierin een belangrijke rol door toezicht te houden, overtredingen op te sporen en waar nodig op te treden.
I
Identiteitscontrole: binnen hun wettelijke bevoegdheden kunnen boa’s de identiteit van personen vaststellen wanneer dat nodig is voor hun werkzaamheden.
J
Jurisprudentie: uitspraken van rechters die richting geven aan de uitleg en toepassing van wetgeving. Ook voor boa’s kan dit van belang zijn.
M
Materieel strafrecht: beschrijft welke gedragingen strafbaar zijn en welke sancties daarop kunnen volgen, bijvoorbeeld in het Wetboek van Strafrecht en plaatselijke verordeningen zoals de APV.
O
Opsporingsbevoegdheid: bevoegdheid om strafbare feiten op te sporen. Voor een boa zijn de strafbare feiten, werkzaamheden en het werkgebied afgebakend via het domein en het takenpakket.
Openbare orde: het ordelijk verloop van het maatschappelijk verkeer. De handhaving van de openbare orde is een politietaak. Boa’s in domein I werken aan de leefbaarheid en veiligheid van de openbare ruimte.
P
PHB: Permanente Her- en Bijscholing. Dit is het landelijke systeem waarmee boa’s hun vakbekwaamheid onderhouden tijdens hun loopbaan.
PHB-modules: de verschillende opleidingsonderdelen binnen het PHB-stelsel. Welke modules je volgt, hangt af van het domein en de functie.
Proces-verbaal: een op ambtseed of ambtsbelofte ondertekend, woordelijk verslag van feiten en zintuiglijke waarnemingen van een opsporingsambtenaar.
R
Rechtskennis: theoretische deel van de BOA Basisopleiding. Onderwerpen zijn onder andere staatsinrichting, strafrecht, de rechterlijke macht en de bevoegdheden van de boa.
RTGB: Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Boa. Deze regeling geldt voor boa’s die geweldsbevoegd zijn en toetst kennis en vaardigheden voor geweldsbeheersing, aanhouding en zelfverdediging en eventuele geweldsmiddelen.
S
Staande houden: de bevoegdheid van een opsporingsambtenaar om een verdachte kort op te houden en diens identiteit vast te stellen.
Strafrecht: het geheel van materieel strafrecht (welke gedragingen strafbaar zijn) en formeel strafrecht (hoe opsporing, vervolging en berechting verlopen).
T
Toezicht: controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Boa’s houden toezicht in verschillende werkgebieden, zoals de openbare ruimte, openbaar vervoer, natuurgebieden en onderwijs.
V
Vakbekwaamheid: actuele kennis, vaardigheden en professionele houding die je nodig hebt om je beroep goed uit te oefenen. Permanente Her- en Bijscholing draagt daaraan bij.
Verdachte: iemand tegen wie een redelijk vermoeden bestaat van betrokkenheid bij een strafbaar feit. Boa’s kunnen binnen hun bevoegdheden optreden wanneer er sprake is van een verdachte.
Vervolging: het strafrechtelijke traject tegen iemand die als verdachte is aangemerkt. Het Openbaar Ministerie beslist of de verdachte wordt vervolgd.
W
Wetboek van Strafrecht: bevat de strafbare feiten en de straffen die daarop kunnen volgen.
Wetboek van Strafvordering: beschrijft hoe strafbare feiten worden onderzocht en welke bevoegdheden opsporingsambtenaren daarbij hebben.
FAQ
Veelgestelde vragen
Is deze begrippenlijst bedoeld voor alle boa’s en situaties?
De uitleg is bedoeld als algemene informatie. Sommige begrippen kunnen afhankelijk zijn van wet- en regelgeving of van de functie waarin een boa werkzaam is.
Wat is het doel van het ABC-gedragsmodel?
Het ABC-gedragsmodel helpt bij het observeren en analyseren van gedrag en ondersteunt boa’s bij het kiezen van een benadering om een situatie zo veel mogelijk te de-escaleren.
Wat betekent PHB?
PHB staat voor Permanente Her- en Bijscholing. Het is het landelijke systeem waarmee boa’s hun vakbekwaamheid onderhouden tijdens hun loopbaan.
Waar staat RTGB voor?
RTGB staat voor Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Boa. Deze regeling geldt voor boa’s die geweldsbevoegd zijn en toetst periodiek hun kennis en vaardigheden.